ASPNL logo (1 kb)
Saturday, February 04, 2012




Microsoft MVP

.NET Codewise Community
<< vorige | overzicht | volgende >>

Overzicht van het installeren en configureren van een ASP.NET applicatie

Door Charles Carroll
21 januari 2002

Als je in ASP "Classic" een website wilde overzetten naar een andere machine, moest je componenten registreren, metabase/server instellingen overzetten en nog veel meer. In ASP.NET is het kopiëren van alle bestanden voldoende aangezien componenten zichzelf dynamisch registreren en alle instellingen in web.config bestanden staan. web.config bestanden zijn simpele XML bestanden, dus ook die kunnen gewoon gekopiëerd worden.

global.asax is een vervanging voor global.asa en in plaats van de vier gebeurtenissen Application_OnStart, Application_OnEnd, Session_OnStart en Session_OnEnd, kun je gebruik maken van veertien verschillende gebeurtenissen om onderdelen van een aanvraag te manipuleren. Zie: ASP.NET Quickstart: Using the Global.asax File

web.config is een vervanging voor de volgende dingen:

  • De IIS metabase
  • Management Console instellingen (IIS)
  • .ini bestanden (voor eigen instellingen)
  • Windows registry
  • Access Control Lists (ACLs, voor het beveiligen van bestanden/mappen)
  • ISAPI filters, in de form van deelname aan de HTTPhandlers (hetgeen veel eleganter is dan ISAPI filters).
    zie: ASP.NET Quickstart: HTTP Handlers and Factories
Verder kun je in web.config veranderingen aanbrengen in hoe bepaalde pagina's zich in het geheugen gedragen, zonder dat iedere pagina afzonderlijk veranderd hoeft te worden. What is a Configuration File A.K.A (Config.Web) geeft ook uitleg over config.web.

Aangezien web.config enkel een XML bestand is, werkt de site zonder dat hij afhankelijk is van de oudere mechanismen hierboven. De site "werkt gewoon" omdat alle instellingen zich in web.config bevinden. Een aantal voorbeelden maakt dit misschien duidelijker.

Voorbeeld #1: Web Garden ondersteuning

Je hebt een web-garden (meerdere CPUs in 1 computer). Een eenvoudige web.config instelling staat alle CPUs toe mee te werken aan het uitvoeren van ASP.NET aanvragen in plaats van slechts 1 CPU.
Zie: Webgarden overview

Voorbeeld #2: Trace/Debug

Door gebruik te maken van logs, kun je achteraf allerlei informatie, waaronder fouten, achterhalen. Een eenvoudige web.config instelling staat je toe een log aan te zetten van alle uitgevoerde pagina's, inclusief executie tijd in milliseconden, informatie over de browser, etc.
Zie: Debugging: Global Page Tracing by Charles Carroll

Voorbeeld #3: Eigen configuratie data

Je kan connectie strings en eigen configuratie data plaatsen en opvragen.
Zie:ASP.NET Connection String method

Voorbeeld #4: Opslag van sessie data

De sessie data van de gebruiker kan op verschillende manieren worden opgeslagen (in het geheugen, in een database) en op verschillende manieren worden bijgehouden (via cookies, via speciale URL). Deze instellingen en meer kun je instellen in web.config.
Zie: ASP.NET Quickstart: Managing Application State

Voorbeeld #5: Assemblies (Libraries) van te voren laden

<assemblies>
   <add assembly="mscorlib"/>
   <add assembly="System.Web.Services"/>
   <add assembly="System.Xml"/>
   <add assembly="System.Xml.Serialization"/>
</assemblies>

garandeert dat alle pagina's toegang hebben tot de assemblies (het verbeterde equivalent van DLLs in .NET) zonder commando's in pagina's zelf.

Voorbeeld #6: Authenticatie verzoeken

Elke pagina kan beschermd worden met logins zonder veranderingen aan de pagina's. Dit kan via een formulier, Microsoft Passport, of standaard NT beveiliging. Ook dit hoef je alleen in web.config in te stellen.
Zie: ASP.NET Quickstart: Authentication and Authorization

Voorbeeld #7: ASP.NET Crash proof maken

Zie: Overzicht van crashbeveiliging in ASP.NET

Natuurlijk zijn deze voorbeelden "slechts de top van de ijsberg" als Scott Guthrie zou zeggen.

© Charles Carroll (vertaling copyright ASPNL)

<< vorige | ^ naar boven | overzicht | volgende >>
copyright 2000-2007 ASPNL