Overzicht van het installeren en configureren van een ASP.NET applicatie
Door Charles Carroll
21 januari 2002
Als je in ASP "Classic" een website wilde overzetten naar een andere machine, moest je componenten
registreren, metabase/server instellingen overzetten en nog veel meer.
In ASP.NET is het kopiëren van alle bestanden voldoende aangezien componenten
zichzelf dynamisch registreren en alle instellingen in web.config bestanden staan.
web.config bestanden zijn simpele XML bestanden, dus ook die kunnen gewoon
gekopiëerd worden.
global.asax is een vervanging voor global.asa en in plaats van de
vier gebeurtenissen Application_OnStart, Application_OnEnd, Session_OnStart en Session_OnEnd, kun je gebruik
maken van veertien verschillende gebeurtenissen om onderdelen van een aanvraag te manipuleren.
Zie: ASP.NET Quickstart: Using the Global.asax File
web.config is een vervanging voor de volgende dingen:
- De IIS metabase
- Management Console instellingen (IIS)
- .ini bestanden (voor eigen instellingen)
- Windows registry
- Access Control Lists (ACLs, voor het beveiligen van bestanden/mappen)
- ISAPI filters, in de form van deelname aan de HTTPhandlers (hetgeen veel eleganter is dan ISAPI filters).
zie: ASP.NET Quickstart: HTTP Handlers and Factories
Verder kun je in web.config veranderingen aanbrengen in hoe bepaalde
pagina's zich in het geheugen gedragen, zonder dat iedere pagina afzonderlijk veranderd hoeft te worden.
What is a Configuration File A.K.A (Config.Web)
geeft ook uitleg over config.web.
Aangezien web.config enkel een XML bestand is, werkt de site zonder dat hij afhankelijk
is van de oudere mechanismen hierboven. De site "werkt gewoon" omdat alle instellingen zich in
web.config bevinden. Een aantal voorbeelden maakt dit misschien duidelijker.
Voorbeeld #1: Web Garden ondersteuning
Je hebt een web-garden (meerdere CPUs in 1 computer). Een eenvoudige web.config instelling
staat alle CPUs toe mee te werken aan het uitvoeren van ASP.NET aanvragen in plaats van slechts 1 CPU.
Zie: Webgarden overview
Voorbeeld #2: Trace/Debug
Door gebruik te maken van logs, kun je achteraf allerlei informatie, waaronder fouten, achterhalen.
Een eenvoudige web.config instelling staat je toe een log aan te zetten van
alle uitgevoerde pagina's, inclusief executie tijd in milliseconden, informatie over de browser, etc.
Zie: Debugging: Global Page Tracing by Charles Carroll
Voorbeeld #3: Eigen configuratie data
Je kan connectie strings en eigen configuratie data plaatsen en opvragen.
Zie:ASP.NET Connection String method
Voorbeeld #4: Opslag van sessie data
De sessie data van de gebruiker kan op verschillende manieren worden opgeslagen (in het geheugen, in een database)
en op verschillende manieren worden bijgehouden (via cookies, via speciale URL). Deze instellingen en meer kun je
instellen in web.config.
Zie: ASP.NET Quickstart: Managing Application State
Voorbeeld #5: Assemblies (Libraries) van te voren laden
<assemblies>
<add assembly="mscorlib"/>
<add assembly="System.Web.Services"/>
<add assembly="System.Xml"/>
<add assembly="System.Xml.Serialization"/>
</assemblies>
garandeert dat alle pagina's toegang hebben tot de assemblies (het verbeterde equivalent van DLLs in .NET)
zonder commando's in pagina's zelf.
Voorbeeld #6: Authenticatie verzoeken
Elke pagina kan beschermd worden met logins zonder veranderingen aan de pagina's. Dit kan via een formulier,
Microsoft Passport, of standaard NT beveiliging. Ook dit hoef je alleen in web.config in te stellen.
Zie: ASP.NET Quickstart: Authentication and Authorization
Voorbeeld #7: ASP.NET Crash proof maken
Zie: Overzicht van crashbeveiliging in ASP.NET
Natuurlijk zijn deze voorbeelden "slechts de top van de ijsberg" als Scott Guthrie zou zeggen.
© Charles Carroll
(vertaling copyright ASPNL)
|